Het maak-proces

Ik verzin eerst wat ik ga maken. Dan begint de voorbereiding. Voor de vrouwenbeelden bijvoorbeeld, maak ik eerst plakken, die een dag of wat gecontroleerd moeten indrogen. Als ik verse klei gebruik, zakt zo’n beeld in. Als de klei klaar is voor gebruik, kan ik een vrouw maken. Maar dat lukt vaak niet in één dag, het hoofd is soms zo zwaar dat ook die klei eerst gecontroleerd moet indrogen. Pas dan kan ik de details aanbrengen. Daarna moet het beeld echt drogen. Voor het stookklaar is, duurt het wel een week of 2.

 

Het stoken

De eerste stook, de zogenoemde biscuitstook, duurt ongeveer 24 uur. Dat is een spannend proces. Als er lucht in de klei zit, kan het beeld in de oven uit elkaar spatten. Dan ben ik weer terug bij af. Om te kunnen stoken heb ik meerdere beelden nodig om een volle oven te hebben.

 

Het glazuren

Nadat het beeld de eerste stook heeft ondergaan, kan ik het glazuren. Het glazuren is een precies werkje, elk stukje dat ik oversla is later zichtbaar. Ook voor de glazuurstook heb ik een volle oven nodig. Biscuitstook en glazuurstook gaan niet samen, omdat beiden een andere baktemperatuur vragen. Ook de glazuurstook duurt 24 uur. Dan is het beeld klaar en hoop ik dat het geworden is wat ik ervan verwacht want ik heb geen garantie dat het wordt wat ik denk. Dat is afhankelijk van hoe dik ik de glazuur aanbreng, hoe vol de oven is bij het glazuurstoken en hoe hoog de temperatuur. Niet alle glazuren verdragen dezelfde temperatuur. Maar juist deze onzekerheid maakt het zo leuk.

Soms valt het resultaat tegen maar veel beelden zijn verrassend veel leuker dan ik had durven denken.